Etymologiewiki:Lijst gemelde ontbrekende woorden/B

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Terug naar Etymologiewiki:Lijst gemelde ontbrekende woorden

B

bakkie troost

ballonvaren

banaliteit

bangerik

basislijn

bastognekoek

batraaf

beangstigen

beautycase

bedeltje

bedenkelijk

bedillen, bedilzucht

begaafdheid

begeleiden

begenadigd

begrenzen

begroten

beheerder

bekvechten

belangenverstrengeling

belasten

beleggen In verband met het onderscheid tussen ‘beleggen’ en ‘investeren’ ben ik benieuwd naar de etymologie van ‘beleggen’ of ‘belegging’. In de Eerste Kamer is daar in 2010 over gediscussieerd, blijkbaar wordt in o.a. het Engels dit onderscheid niet gemaakt (zie hier: https://www.eerstekamer.nl/toezegging/onderscheid_tussen_terminologie).

beletselteken

belonen

bemannen, bemanning

bemoedigen

benadelen

benaderen, benadering, benaderbaar

bench hondenkennel

benuttigen

benutting

bepotelen

beproeving

besodemieteren

bespiegeling

bestekzoeker

bestelling

betrokkenheid

bevindelijk

bevinding

bevlogen, bevlieging

bewaarschool

bewindvoerder

bezieling

bezoeken meerdere betekenissen

bhagwan

bietenbrug zie: https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/de-bietenbrug-op-gaan

billentikker

binnenshuis

bijkeuken

bitskoemer

bittere eind

bitterkoekje

bitterkruid

Blauwdotter inwoner van Noordwijk aan Zee

blauwgraslandHer en der tref ik twee etymologieën aan. (1) De meest voorkomende is dat de term verklaard moet worden uit het gegeven dat aan de associatie veel planten met een blauwgroene bladkleur deelnemen, zoals Spaanse ruiter, Pijpenstrootje, Blauwe zegge, Tandjesgras en (schraal) Riet, zodat er een blauwgroene waas over de begroeiing ligt. Een zeer plausibele verklaring overigens. (2) Een andere etymologie is dat ‘blauw’ negatieve betekenissen kan hebben.

blijmoedig

bloedeigen

bloempotkapsel

bloemrijk

blohartig

boeggolver uit een vertrouwelijk psychologisch rapport( betrof een patiënt)

boeibord, een verticale plank langs de muur, vlak onder de dakrand (althans die betekenis geldt, voor zover mij bekend, in Zuid Holland).

boeideel

boerderette een interessant woord met het Frans/Engelse leensuffix –ette na een Nederlandse (getrunceerd) eerste deel, dat qua woordvorming doet denken aan het Vlaams/Franse fermette. Op internet vind ik dat het in 1992 door Wim T. Schippers bedacht zou zijn

boerenbedrog

boerkini

boetekleed: - aantrekken

bodemprocedure

bodystocking

boe-geroep

bolwassing

bonkaarde

bonker(tje) een korte duffelse jas, meestal zwart of blauw

boter-kaas-eieren

bouwvak, bouwvakker bouwvak eind 19e eeuw, wrs oiv Duits Baufach

Breust (Breusj, brust, Brustem), een (plaats)naam

brandhaard

brandstof

brielen

Brits

brompot

broodheer

broodletter

broodtekst

buikriem 'stuk zuurkoolspek van varken'; kan versneden worden tot speklappen; komt ook in het Deens voor

buitengaats, binnengaats

buitenspel

burgerlijk

buurtzorger

buurtregisseur