scalar

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Het zn. scalar 'getal, grootheid zonder richting', een begrip uit de wis- en natuurkunde, is ontleend aan Engels scalar 'idem'.

Het Engelse woord is het zelfstandig gebruikte bn. scalar 'op een lineaire schaal te kwantificeren', dat zelf is afgeleid van scale 'schaal, maatstaf'.

Bij het zn. scalar is in het Nederlands een bn. scalair gevormd, zoals in een scalaire grootheid. Het achtervoegsel -air is in het Nederlands productief bij de vorming van bijvoeglijke naamwoorden bij leenwoorden, bijv. atomair bij atoom.

Dit bijvoeglijk naamwoord kan weer zelfstandig gebruikt worden: de scalair, dat dus een synoniem is van de scalar. Deze laatstgenoemde vorm, uitgesproken op zijn quasi-Engels SKEE-LUR of vernederlandst als SKAA-LAR, is echter algemener.

-- JB