aangaande: verschil tussen versies
(oudere bron (1180/1295) dan de oudste bronnen volgens de etymologiebank) |
k (auteur(s)) |
||
| (2 tussenliggende versies door een andere gebruiker niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
'''Aangaande''' (Mnl. vorm ''aengaende'') is oorspronkelijk het voltooid deelwoord van het Middelnederlandse werkwoord ''aangaan'' = betreffen. | '''Aangaande''' (Mnl. vorm ''aengaende'') is oorspronkelijk het voltooid deelwoord van het Middelnederlandse werkwoord ''aangaan'' = betreffen. | ||
| − | In [http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/aangaande de etymologiebank] worden als oudste vindplaatsen 1370-78, 1854-55 en 1297 genoemd, er is echter volgens het internet een oudere | + | In [http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/aangaande de etymologiebank] worden als oudste vindplaatsen 1370-78, 1854-55 en 1297 genoemd, er is echter volgens het internet een oudere attestatie: |
| − | Het landrecht van Thorn, oorspronkelijk 1180, van een afschrift uit 1295: "ende | + | Het landrecht van Thorn, oorspronkelijk 1180, van een afschrift uit 1295: "off yemantz den andern mitt schendtlicken oneerlicken worden aengaenden den lyff off der eheren berucht, int openbaer beriep, seggende, datt hy datt bybrengen ende bewysen will, ende doch dess niett doen en kon, so is hy schuldigh te versueck der partyen die worden gerichtelick te widder roepen", plus meer voorkomens. Zie http://de-wit.net/bronnen/histo/landrecht_thorn_1180.htm voor het document. |
| + | |||
| + | -- AE | ||
Huidige versie van 23 jun 2012 om 23:49
Aangaande (Mnl. vorm aengaende) is oorspronkelijk het voltooid deelwoord van het Middelnederlandse werkwoord aangaan = betreffen.
In de etymologiebank worden als oudste vindplaatsen 1370-78, 1854-55 en 1297 genoemd, er is echter volgens het internet een oudere attestatie:
Het landrecht van Thorn, oorspronkelijk 1180, van een afschrift uit 1295: "off yemantz den andern mitt schendtlicken oneerlicken worden aengaenden den lyff off der eheren berucht, int openbaer beriep, seggende, datt hy datt bybrengen ende bewysen will, ende doch dess niett doen en kon, so is hy schuldigh te versueck der partyen die worden gerichtelick te widder roepen", plus meer voorkomens. Zie http://de-wit.net/bronnen/histo/landrecht_thorn_1180.htm voor het document.
-- AE