infix: verschil tussen versies
(auteur) |
|||
| Regel 3: | Regel 3: | ||
* Jos. Schrijnen: Gutturaal-sigmatische wisselvormen. In ''Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde'' 23 (1904) [http://dbnl.org/tekst/_tij003190401_01/_tij003190401_01_0004.php]: "Met nasaal-infix..." | * Jos. Schrijnen: Gutturaal-sigmatische wisselvormen. In ''Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde'' 23 (1904) [http://dbnl.org/tekst/_tij003190401_01/_tij003190401_01_0004.php]: "Met nasaal-infix..." | ||
* C.C. Uhlenbeck: Aantekeningen bij de Gotische Etymologieën. In ''Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde'' 25 (1906): "Als Bartholomae terecht Gr. παπταίνω met ''finþan'' verbindt, dan moet de ''n'' als infix worden beschouwd." | * C.C. Uhlenbeck: Aantekeningen bij de Gotische Etymologieën. In ''Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde'' 25 (1906): "Als Bartholomae terecht Gr. παπταίνω met ''finþan'' verbindt, dan moet de ''n'' als infix worden beschouwd." | ||
| + | |||
| + | -- AE | ||
Versie van 23 jun 2012 om 23:00
Oudere attestaties (dan 1975):
- "Het infix in niet een infix om passieve vormen te maken, maar een tijdaanwijzer om aan een vorm de waarde te geven van een gedecideerd afgeloopen handeling" - titel van een werk van J.L.A. Brandes uit 1903, geciteerd in [1].
- Jos. Schrijnen: Gutturaal-sigmatische wisselvormen. In Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde 23 (1904) [2]: "Met nasaal-infix..."
- C.C. Uhlenbeck: Aantekeningen bij de Gotische Etymologieën. In Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde 25 (1906): "Als Bartholomae terecht Gr. παπταίνω met finþan verbindt, dan moet de n als infix worden beschouwd."
-- AE