Overleg gebruiker:Paul Marcus: verschil tussen versies

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken
(Pestvogel: nieuwe subkop)
(Geervogel synoniem van giervalk: nieuwe subkop)
 
Regel 12: Regel 12:
 
Ik heb bovendien de indruk dat dit de eerste adequate beschrijving is van de snavel van de kruisbek Loxia sp. in de Nederlandse literatuur: de boven- en ondersnavel over elkaar gebogen. In het Woordenboek van de Nederlandse Vogelnamen, Eigenhuis 2004, worden s.v. Kruisbek (blz.312-313) "krombekken" uit het jaar 1624 genoemd. De geciteerde chroniqueur laat onvermeld dat de delen van de gekromde snavel elkaar kruisen.  
 
Ik heb bovendien de indruk dat dit de eerste adequate beschrijving is van de snavel van de kruisbek Loxia sp. in de Nederlandse literatuur: de boven- en ondersnavel over elkaar gebogen. In het Woordenboek van de Nederlandse Vogelnamen, Eigenhuis 2004, worden s.v. Kruisbek (blz.312-313) "krombekken" uit het jaar 1624 genoemd. De geciteerde chroniqueur laat onvermeld dat de delen van de gekromde snavel elkaar kruisen.  
 
  De naam pestvogel is in het jaar 1636 voor het eerst opgetekend door Van Heenvliet. De vogel die daarmee echter werd bedoeld, is de kruisbek Loxia sp., waarvan in Nederland drie soorten voorkomen, de Kruisbek L.recurvirostra, de Grote Kruisbek L.pytyopsittacus en de Witbandkruisbek L. leocoptera. De eerste is tegenwoordig regelmatige broedvogel in Nederland, de andere twee zijn (soms invasieve) dwaalgasten. De, niet aan de kruisbekken verwante, Pestvogel Bombycilla garrulus is invasiegast in sommige jaren en vrijwel jaarlijks wintergast in klein aantal in Nederland.
 
  De naam pestvogel is in het jaar 1636 voor het eerst opgetekend door Van Heenvliet. De vogel die daarmee echter werd bedoeld, is de kruisbek Loxia sp., waarvan in Nederland drie soorten voorkomen, de Kruisbek L.recurvirostra, de Grote Kruisbek L.pytyopsittacus en de Witbandkruisbek L. leocoptera. De eerste is tegenwoordig regelmatige broedvogel in Nederland, de andere twee zijn (soms invasieve) dwaalgasten. De, niet aan de kruisbekken verwante, Pestvogel Bombycilla garrulus is invasiegast in sommige jaren en vrijwel jaarlijks wintergast in klein aantal in Nederland.
 +
 +
== Geervogel synoniem van giervalk  ==
 +
 +
Geervogel synoniem  van Giervalk, = vrouwtje Giervalk
 +
Wordt door Van Heenvliet gebruikt in oppositie met geertarssel, geervogel is dus bij hem hetzelfde als geervalk, dat is het vrouwtje giervalk Falco rusticolus.
 +
Heenvliet, Jachtbedryff 1636 s.v. Reijger: “Werden gevlogen metten Geervogel en Geertarssel, oock wel metten slechten, maer selden(.) Een slechten is goet om den Reijger te doen klimmen, maer den Geervogel om hem met gewelt te haelen, Men vangt se oock met den Havick, dan dat is om den Reijger staende te vangen …”

Huidige versie van 29 jun 2012 om 11:40

De vogelnaam Woutaep bij P.Holsteyn moet mijns inziens als één aaneengeschreven woord worden geïnterpreteerd en niet als Wout aep. Op de platen is het volgende te lezen: De hoofdletter W bestaat uit 2 V’s waarvan de achterste schuine lijn van de eerste, de vorste schuine lijn van de tweede V kruist. De aldus gevormde W staat los van een aaneengeschreven cluster “out”. De letter t heeft een zeer lange dwarsstreep die de volgende lettercluster “aep” net niet raakt. De t staat zodoende dichterbij de a dan dat de W bij de o staat: [W out aep]. Het woordbeeld is duidelijk één word op en niet twee losse woorden. Ter vergelijking: de vogelnaam Pittoor bij de afbeelding van de Roerdomp (plaat 18) is aldus geschreven: [P it toor], de P is los, de twee clusters van aaneengeschreven letters “it” en “toor” staan los van elkaar. Er is geen reden om te veronderstellen dat dit woord gelezen moet worden als Pit toor. Vergelijk verder met Viesant – Haen (plaat 27). De letters van “Viesant” zijn los van elkaar geschreven. Vervolgens is er een duidelijke spatie met een liggend streepje als koppelteken. Het tweede lid van de samenstelling begint met een hoofdletter H, die bestaat uit een verticale streep, een lege tussenruimte, vervolgens een verticale streep met een dwarsstreepje. vervolgens los van de hoofdletter een cluster van aaneengeschreven letters “aen”. Er staat dus “V i e s a n t – H aen”, te lezen als Viesant-Haen. Met deze voorbeelden voor ogen lijkt me het redelijk dat de bij de afgebeelde woudapen staande naam als Woutaep en niet als Wout aep moet worden opgevat. Paul J. Marcus

Pestvogel

In Het Jacht-Bedryff van Van Heenvliet, 1636 wordt een kruisbekkeninvasie vermeld in het jaar 1627. Hij noemt ze echter "pestvogels": “Hadden tegens de gewoonte van andere vogelen (welcker sommige de bovenbeck alleen omgebogen is) beijde de boven ende onderbeck krom over malcanderen gebogen seer scharp ende meerder gebogen als eenige roofvogel de bovenbeck heeft.”

“Ende lieden gedachten als doen dat lange jaeren geleden meenichten van diergelijcke vogelen gezien waeren, ende dat doen mede een groote pestilentie daer op gevolght was, werden daerover van veele pestvogels genoemt bij gebreck van een ander naem:..”

Bron: Jachtbedryff: naar het handschrift in de Koninklijke Bibliotheek te 's Gravenhage, Brill, 1948. 
Deze attestatie van de naam pestvogel is veel ouder dan de oudste vermelding in WNT (1792).

Ik heb bovendien de indruk dat dit de eerste adequate beschrijving is van de snavel van de kruisbek Loxia sp. in de Nederlandse literatuur: de boven- en ondersnavel over elkaar gebogen. In het Woordenboek van de Nederlandse Vogelnamen, Eigenhuis 2004, worden s.v. Kruisbek (blz.312-313) "krombekken" uit het jaar 1624 genoemd. De geciteerde chroniqueur laat onvermeld dat de delen van de gekromde snavel elkaar kruisen.

De naam pestvogel is in het jaar 1636 voor het eerst opgetekend door Van Heenvliet. De vogel die daarmee echter werd bedoeld, is de kruisbek Loxia sp., waarvan in Nederland drie soorten voorkomen, de Kruisbek L.recurvirostra, de Grote Kruisbek L.pytyopsittacus en de Witbandkruisbek L. leocoptera. De eerste is tegenwoordig regelmatige broedvogel in Nederland, de andere twee zijn (soms invasieve) dwaalgasten. De, niet aan de kruisbekken verwante, Pestvogel Bombycilla garrulus is invasiegast in sommige jaren en vrijwel jaarlijks wintergast in klein aantal in Nederland.

Geervogel synoniem van giervalk

Geervogel synoniem van Giervalk, = vrouwtje Giervalk

Wordt door Van Heenvliet gebruikt in oppositie met geertarssel, geervogel is dus bij hem hetzelfde als geervalk, dat is het vrouwtje giervalk Falco rusticolus.

Heenvliet, Jachtbedryff 1636 s.v. Reijger: “Werden gevlogen metten Geervogel en Geertarssel, oock wel metten slechten, maer selden(.) Een slechten is goet om den Reijger te doen klimmen, maer den Geervogel om hem met gewelt te haelen, Men vangt se oock met den Havick, dan dat is om den Reijger staende te vangen …”