weeromstuit
Weeromstuit (1776 Wolff "Coo begon zo hartelyk te lachen, dat myn deftige Vader, nevens Mevrouw van de weeromstuit, lachten."). De letterlijke betekenis is 'weerkaatsing, terugstuitering', maar volgens het WNT komt dit 'vrijwel uitsluitend in woordenboeken' voor. Naast het nog gebruikelijke van de weeromstuit 'als (automatische) reactie' lijken ook bij de weeromstuit '(idem)' en door de weeromstuit 'indirect' te zijn voorgekomen. Afgeleid van weeromstuiten 'weerkaatsen' (1724 Weyerman "in wiens Konstvergulsel een Man de gelykenis van zyn Aangezigt ziet weêromstuiten"), afgeleid uit weer 'terug' en stuiten.
--AE