wichelroede
Samenstelling uit "wichelen" = voorspellen, waarzeggen en "roede" = stok.
WNT: Eerst sedert het begin van de 18de e. aangetroffen, eert. vaak in de spelling wigchelroede en voorts ook in spellingen als wicchelroede, wicghelroede, wiggelroede en wighelroede.
De volgende 17e-eeuwse attestaties zijn aangetroffen:
- "wicchel-roede" - Dirck Pietersz. Pers: Cesare Ripa's Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants, 1644.
- "Brief van Antony van Leeuwenhoek aan Pieter Rabus, waar in gehandeld word van ... Nog iets van de Wigchelroede" - P. Rabus: Boekz. van Europa, Julij en Augustus 1696.
- "De koningin die op alle ydele, en naukeurige wetenschappen, als de Scheykonst, Sterrekonst, en wighelroede als verzot was ..." - anoniem: Het leven en bedryf van Christina, koninginne van Sweeden, 1697.