spraaien

Uit Etymologiewiki
Versie door Mdevaan (overleg | bijdragen) op 7 jan 2015 om 11:20 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''spraaien''' ww. ‘sproeien, strooien’ Mnl. ''spreue'' ‘strooi’ (gebiedende wijs; Nederrijn, 1250). Verder ''spraien'', ''sprayen'' (1330) ‘sproeien, spren...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

spraaien ww. ‘sproeien, strooien’

Mnl. spreue ‘strooi’ (gebiedende wijs; Nederrijn, 1250). Verder spraien, sprayen (1330) ‘sproeien, sprenkelen, strooien, verstrooien’, bespraien (1276–1300) ‘besprenkelen’. Spraaien en bespraaien sterven na 1600 uit, mogelijk omdat ze in veel dialecten samenvielen met spreien dat uit spreiden was ontstaan.

Verwante vormen: Mhd. spræwen, spræjen ‘verstrooien’, daarbij Oudengels spreáwlian ‘spartelen’, MoE sprawl ‘wijd uitlopen; spartelen’ als frequentatief werkwoord met l-suffix. Mnl. spreue komt overeen met Mhd. spræwen, en Mnl. spraien met Mhd. spræjen. Westgermaans *sprēan ‘sprenkelen, verstrooien’ kreeg soms een w en soms een j als hiaatdelgende klank tussen de twee klinkers. Een verwante Ned. woord is sproeien.--Mdevaan 7 jan 2015 10:20 (CET)