koesteren

Uit Etymologiewiki
Versie door Olivier van Renswoude (overleg | bijdragen) op 5 apr 2016 om 15:51 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''koesteren''' ww. ‘verwarmen, liefderijk verzorgen’ Mnl. ''coesteren'' ‘verkwikken’ [1546], vnnl. ''coesteren, koesteren'' ‘verkwikken, weldadig verwarmen...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

koesteren ww. ‘verwarmen, liefderijk verzorgen’

Mnl. coesteren ‘verkwikken’ [1546], vnnl. coesteren, koesteren ‘verkwikken, weldadig verwarmen, liefderijk verzorgen, opkweken, in de geest bewaren’, wederkerig ‘zich verwarmen, in het bijzonder in de zon; zich te goed doen’ [1573], nnl. koesteren ‘id.’

Het woord gaat niet terug op Oudfrans couchier ‘(in bed) leggen’, maar is nauw verwant aan nfri. koezje, kuozje ‘koesteren’, nno. kose seg ‘het naar zijn zin hebben’, kose med ‘knuffelen met’ < pgm. *kōsēn- ‘warmen’. Dit is een statief werkwoord naast nzw. (dial.) kasa ‘warmen’ (met de afleidingen kase ‘bedwarmte’, kasig ‘heet, warm’) < pgm. *kasan- ‘warmen’. Hiervan werd het oorspronkelijke voltooid deelwoord *kasta- ‘gewarmd, (heet)gebakerd, verzorgd’ verlengd tot *kastiga- en voortgezet als Leids kastig ‘keurig’, Veluws kastig ‘vurig, wild’, Vlaams ke(r)stig ‘driftig, hittig’ en Westfaals kästig ‘hovaardig’.

Ook te verbinden zijn Opwijks kaster ‘vonk’, dat in weerwil van Van Weijnen (2003) bezwaarlijk een verbastering is van genster ‘vonk’, en Schots cosie, coosie e.d. ‘warm, geriefelijk, knus’, dat mogelijk zijn oorsprong in het Scandinavisch heeft en later is ontleend als Engels cosy, cozy.

Hoe koesteren zich vormelijk verhoudt tot zijn verwanten is onduidelijk. Het kan teruggaan op een vṛddhi-afleiding van *kasta-, maar het kan ook met -er- uit *kōsēn- verlengd zijn. Vergelijk daarvoor de verlenging van mnl. bakeren ‘koesteren’ uit een verloren nevenvorm van nnl. bakken. In dat geval is de -t- van koesteren ontstaan als overgangsklank tussen -s- en -r-.

De verdere herkomst is duister. Mogelijk is de onderhavige wortel pgm. *kas-, *kōs- een s-uitbreiding van pie. *geh2- (of *ǵeh2-). De betekenis van deze wortel is doorgaans vastgesteld als ‘(zich) verheugen’, maar deze kan zich langs ‘warmen in gemoed’ uit eenvoudiger ‘warmen’ hebben ontwikkeld.

[O.E.C. van Renswoude]