wichelroede

Uit Etymologiewiki
Versie door Andre (overleg | bijdragen) op 14 sep 2011 om 17:20
Ga naar: navigatie, zoeken

Samenstelling uit "wichelen" = voorspellen, waarzeggen en "roede" = stok.

WNT: Eerst sedert het begin van de 18de e. aangetroffen, eert. vaak in de spelling wigchelroede en voorts ook in spellingen als wicchelroede, wicghelroede, wiggelroede en wighelroede.

De volgende 17e-eeuwse attestaties zijn aangetroffen:

  • "Een Man, die over einde staet, en nae een Vogel siet, die in de locht vlieght, houdende in d'eene hand een Wicchel-roede." - Dirck Pietersz. Pers: Cesare Ripa's Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants, 1644.
  • "Brief van Antony van Leeuwenhoek aan Pieter Rabus, waar in gehandeld word van ... Nog iets van de Wigchelroede" - P. Rabus: Boekz. van Europa, Julij en Augustus 1696.
  • "De koningin die op alle ydele, en naukeurige wetenschappen, als de Scheykonst, Sterrekonst, en wighelroede als verzot was ..." - anoniem: Het leven en bedryf van Christina, koninginne van Sweeden, 1697.