kleinkunst
Aanvankelijk werd de term kleinkunst gebruikt voor 'kunstnijverheid' (1879 [1]), 'industrieel ontwerp op kleine schaal' (1896, [2]). Later ook in de schilderkunst als 'kunst van kunstenaars van minder grote naam' (1898, [3]). Vanuit deze betekenis ('kunst, gemaakt door kleine, weinig pretentieuze kunstenaars; amateurkunst') maakte het de overstap naar de uitvoerende kunsten, aanvankelijk nog als figuurlijk gevoeld (in toneel 1898, [4], in koorzang 1905 [5]). In 1908 [6] zien we een duidelijk niet figuurlijk gebruik, zij het in dat geval nog steeds handelende over koorzang, en dus niet theater of cabaret.
-- AE