verstekeling
Verstekeling 'iemand die heimelijk meereist, inz. op een schip' (1858 [1]). Afgeleid van het werkwoord versteken (afgeleid uit steken), dat onder meer 'verbergen' betekent. Opvallend genoeg werd de term in het begin van de 20e eeuw als verouderd aangegeven, maar is later weer in zwang gekomen. Een oudere betekenis (afgeleid van de betekenis 'afwijzen' van versteken) is 'verschoppeling' (reeds bij Kiliaen). Het WNT meldt echter dat deze betekenis buiten woordenboeken alleen in Vlaanderen is aangetroffen.
-- AE