stiefelen
stiefelen ww. ‘stevig doorlopen; gehaast lopen’
Nnl. stiefelen (ca. 1950). In oostelijke dialecten leeft stevelen als transparente afleiding van stevel ‘laars’ voort, bijv. Maastrichts stievele ‘flink doorstappen’ (1955). Voor het Noordhollands dialect van West-Friesland is stiefele al in 1947 geattesteerd, en ook stiefels ‘schoenen’ is er bekend. Het is dus maar de vraag of stiefelen uit Hoogduits stiefeln ‘laarzen aantrekken’ of Nederduits ‘lopen’ komt.--Mdevaan 4 feb 2015 19:56 (CET)