god

Uit Etymologiewiki
Versie door Olivier van Renswoude (overleg | bijdragen) op 23 jun 2015 om 13:42 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''god''' zn. ‘opperwezen’ Gezien het ontbreken van cognaten buiten het Germaans zou het woord betrekkelijk laat gevormd kunnen zijn, te weten ná het verdwijnen ...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

god zn. ‘opperwezen’

Gezien het ontbreken van cognaten buiten het Germaans zou het woord betrekkelijk laat gevormd kunnen zijn, te weten ná het verdwijnen van laryngalen. In dat geval is het alsnog met pie. heuH- ‘aanroepen’ te verbinden. Dat wil zeggen: bij een laat-pie. werkwoord heu-(u)e- ware een (nieuw) voltooid deelwoord hu-tó- ‘het aangeroepene’ gevormd, dat zich ontwikkelde tot pgm. *guda-. Vergelijk de korte klinker van pgm. *bruþa- ~ *bruda- ‘vleesnat, soep’ (oe. broð, on. broð, ohd. brod, brot), dat wel bij *brewwan- (nnl. brouwen enz.) hoort, van pie. *bhreuh1- ‘koken, brouwen’ (LIV2 96). Of vergelijk pgm. *friþu- (nnl. vrede enz.) ondanks de pie. wortel *preiH- (LIV2 490) met laryngaal.

[O.E.C. van Renswoude]