bazelen
Versie door Olivier van Renswoude (overleg | bijdragen) op 17 jul 2015 om 16:20 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''bazelen''' ww. ‘onzin praten’ Nfri. ''baze'' heeft naast ‘razen, ijlen’ ook de (waarschijnlijk oudere) betekenis ‘pochen, grootspreken’. Deze groep wer...')
bazelen ww. ‘onzin praten’
Nfri. baze heeft naast ‘razen, ijlen’ ook de (waarschijnlijk oudere) betekenis ‘pochen, grootspreken’. Deze groep werkwoorden is vervolgens te herleiden tot pgm. *basan- ‘krachtig spreken, gebieden’, waarvan de afleiding *basa- ‘gebiedend, gebieder’ (nnl. baas), en waarnaast de nevenvorm *bassan- (mnl. bassen ‘schreeuwen, blaffen, aanhitsen’, nnl. bassen). Vergelijk de afwisseling van *bakan- en *bakkan- (nnl. bakken).
Dit *basan- zette pie. *bheh2-s-, *bhh2-s- voort, dat net als gr. phēsō ‘zal zeggen’ een s-uitbreiding ware van de wortel *bheh2- ‘spreken, zeggen’, waarvan anderszins pgm. *bannan- ‘gebieden’ (nnl. bannen).
[O.E.C. van Renswoude]