twengen

Uit Etymologiewiki
Versie door Olivier van Renswoude (overleg | bijdragen) op 2 sep 2015 om 15:59 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''twengen''' ww. ‘knijpen, persen, drukken’ (Middelnederlands) Mnl. ''twengen'' ‘knijpen, persen, drukken’ in ''dit sijn watre die zere an striden, hoe si va...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

twengen ww. ‘knijpen, persen, drukken’ (Middelnederlands)

Mnl. twengen ‘knijpen, persen, drukken’ in dit sijn watre die zere an striden, hoe si van gods minne brengen die siele ende in sonde twengen [1376-1400], wederkerig gebruikt in wanneer dat hi (eene slang) enen voghel of anders wat slindt, so richt hi hem eerst op ende na twengt hi hem ter tijt [1485]

Oe. twengan (ne. twinge) ‘knijpen; steken’ < pgm. *twangjan- ‘knijpen’. Daarnaast oe. twingan ‘drukken, persen’ < pgm. *twingan-, een klasse 3 sterk werkwoord. Vermoedelijk verwant is verouderd/streektalig nnl. twachten ‘planten; koesteren’. Verdere herkomst onduidelijk. Mogelijk zijn *twing-, *twang- secundaire voltrappen van *tung-, de nultrap van *tinh-, *tanh-, waarvoor zie nnl. taai en nnl. tang.

[O.E.C. van Renswoude]