tas1

Uit Etymologiewiki
Versie door Olivier van Renswoude (overleg | bijdragen) op 12 jan 2016 om 17:14 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''tas 1''' zn. ‘zak’ Mede gezien het voorkomen van os. ''dasga'' is het aannemelijk dat ook de Nederlandse en Nederduitse vormen met ''t-'' zijn ontleend aan ohd...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

tas 1 zn. ‘zak’

Mede gezien het voorkomen van os. dasga is het aannemelijk dat ook de Nederlandse en Nederduitse vormen met t- zijn ontleend aan ohd. tasca, en dat deze langs de Hoogduitse klankverschuiving is ontstaan uit pgm. *daskō(n)-, bij de wortel pgm. *das-, *dēs-, de voortzetting van pie. *dh(e)h1-s-, een s-uitbreiding van pie. *dheh1- ‘(zich) leggen, zetten, plaatsen, stoppen, verrichten’, waarvoor zie nnl. doen.

Pgm. *das-, *dēs- is in het Nederlands bekend van daas ‘suf’ (eig. ‘geneigd tot zitten/liggen, zich niet of nauwelijks bewegende’), bedeesd ‘beschroomd’ (ouder ‘stil van schrik, verbijsterd’) en bedaren ‘tot kalmte brengen of komen’, en daarbuiten onder meer van os. darni, derni, oe. dyrne, ohd. tarni, terni, alle ‘verstopt, verborgen, geheim’.


[O.E.C. van Renswoude]