damastbloem
Nederlandse naam voor de sierplant Hesperis matronalis. In het in 1554 uitgegeven Cruijdeboeck van de Vlaamse plantkundige Rembert Dodoens (1517-1585) heet deze plant Mastbloem en in het in 1644 postuum uitgegeven Cruydt-Boeck van dezelfde auteur heet de plant "Damas-bloemen oft Mast-bloemen". De huidige naam Damastbloem is ongetwijfeld uit een dergelijk kruidenboek afkomstig. Wat de woorden mast en damast in verband met deze plantnamen betekenen, hebben we niet kunnen ontdekken. In het Cruijdeboeck van Dodoens uit 1554 heet de plant Pioen (Paeonia officinalis) ook Mast bloemen. De auteur onderscheidt daarbij Pioene manneke of Paeonia mas en Pioene wijfken of Paeonia foemina, zou het Latijnse woord mas, dan van het mannelijk geslacht betekent, geleid hebben tot het woord Mast bloemen? Ook in het uit het Duits in het Nederlands vertaalde kruidenboek Den nieuwen Herbarius, verschenen ca. 1543, van de Duitse plantkundige Leonhart Fuchs (1501-1566) draagt de sierplant Pioen de naam Mastbloemen. In datzelfde kruidenboek staat voor de plant Damastbloem de naam Vilieren.[WD]