icono
icono- 'beeld-', internationaal voorvoegsel, afgeleid van Grieks eikôn 'beeld', evenals het woord [1]. Eerste voorkomens van diverse afleidingen in het Nederlands, volgens Kronos:
- iconologie 'beeldenkennis' 1712 (als 'iconologia')
- iconoclast 'beeldenstormer' 1727
- iconomach 'beeldenbestrijder, beeldenbestrijding' 1727
- iconodulus 'beeldenvereerder' 1828
- iconomanie 'overvloed aan afbeeldingen' 1869 (boektitel Iconomanie, of Zoo maken de kinderen een prentenboek)
- iconografie 'verzameling van afbeeldingen' 1872
- iconostase 'afscheiding tussen koor en schip van een kerk' 1873 (icanostasia 'idem' 1877)
- iconofoob 'bestrijder van heiligenafbeeldingen' 1900
- iconografisch 'beeldkundig' 1919
- iconograaf 'beeldenbeschrijver' 1939