knickerbocker

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit woord maakte niet zoals hieronder aangegeven in de jaren '20, maar al in de tweede helft van de 19e eeuw de oversteek naar Nederland, getuige onderstaande attestaties:

Als kledingstuk of textiel:

  • advertentie in De Westindiër 02-09-1863: "Garibaldi's, Antimacassers, Foulards, Wit Katoen, Fraaije patronen CALICO, Gemaakte Kinderpakjes, Knickerbockers, Castoren HOEDEN en veel meer andere GOEDEREN"
  • Algemeen Handelsblad 18-09-1865 (p. 4/4, kol. 2, Fransche Brieven): "eenige schreden verder ontmoet men een bevallig gezigtje of men ziet een nieuwen hoed, een modernen Knicker-Bocker in de kast van een magasin de nouveautés..."
  • advertentie in Algemeen Handelsblad 17-04-1866: "een geheel nieuw assortiment FANTAISIE STOFFEN als: Neigeuse, Tonkin, Knickerbocker, Robes à Paletots, Zijden Stoffen, Piqué, Percale, Katoen, Organdie, Jaconet, Voorjaarsmantels, Mantilles, Geborduurde Doeken, Broderies, enz., enz."

Als aanduiding voor Amerikanen van oud-Nederlandse afkomst:

  • Sheboygan Nieuwsbode (krant voor Nederlanders in Amerika) 01-06-1852, overgenomen in de Groninger Courant 29-06-1852: "Al de oude "Knickerbockers" zijn er verheugd over, eens een oorlogschip van oud-vaderlandschen bodem te kunnen zien"
  • Algemeen Handelsblad 29-04-1864: "Zoo als bekend is worden die oude Hollanders bij den naam van Knickerbockers genoemd"

--AE