stemming
Stemming 'verkiezing' (1599 Kiliaen "stemminghe. j. stemme. Suffragium.") uit stemmen.
Stemming 'gemoedstoestand' zal wel uit de betekenis 'toonzetting van een muziekinstrument' afgeleid zijn. "Een stemming schouwen sij, (Octaven) kort op een" (Huygens 1648) lijkt daarin een overgangsvorm te kunnen zijn.
--AE