aasgier: verschil tussen versies

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 1: Regel 1:
 
'''aasgier''' zn. 'roofvogel die dode dieren eet (''Neophron percnopterus'')'.  
 
'''aasgier''' zn. 'roofvogel die dode dieren eet (''Neophron percnopterus'')'.  
Nnl. aasgier 'aasetende vogel' [1804; Bijdragen] in 'Wanneer Jezus derhalve zegt: waar een aas is, vergaderen zich de Arenden, bedoelt hy daarmede eigenlyk zekere aard- of aasgieren, die, in Palestina, in meenigte zyn.'
+
Nnl. aasgier 'aasetende vogel' [1804; ''Bijdragen''] in 'Wanneer Jezus derhalve zegt: waar een aas is, vergaderen zich de Arenden, bedoelt hy daarmede eigenlyk zekere aard- of aasgieren, die, in Palestina, in meenigte zyn.'
  
 
Lit.: ''Bijdragen betrekkelijk den staat en de verbetering van het schoolwezen in het Bataafsch Gemeenbest'', Vierde deel, blz. 19.
 
Lit.: ''Bijdragen betrekkelijk den staat en de verbetering van het schoolwezen in het Bataafsch Gemeenbest'', Vierde deel, blz. 19.
  
 
In de genoemde woordenboeken hieronder wordt alleen ingegaan op de figuurlijke betekenis.
 
In de genoemde woordenboeken hieronder wordt alleen ingegaan op de figuurlijke betekenis.

Versie van 5 jan 2012 om 14:20

aasgier zn. 'roofvogel die dode dieren eet (Neophron percnopterus)'. Nnl. aasgier 'aasetende vogel' [1804; Bijdragen] in 'Wanneer Jezus derhalve zegt: waar een aas is, vergaderen zich de Arenden, bedoelt hy daarmede eigenlyk zekere aard- of aasgieren, die, in Palestina, in meenigte zyn.'

Lit.: Bijdragen betrekkelijk den staat en de verbetering van het schoolwezen in het Bataafsch Gemeenbest, Vierde deel, blz. 19.

In de genoemde woordenboeken hieronder wordt alleen ingegaan op de figuurlijke betekenis.