Gebruiker:WdeWinter/klunen
Van Wiktionary clown:
Etymology
From earlier clowne, cloyne (“man of rustic or coarse manners, boor, peasant”); likely of North Germanic origin, akin to Icelandic klunni (“clumsy fellow, klutz”), Swedish kluns (“clumsy fellow”), all from Middle Low German klunz, from klunt (“pile, lump, something thick”); according to Pokorny, this could be related to a group of Germanic derivatives of Proto-Indo-European *gel- (“to ball up; amass”), such as Proto-West Germanic *klott (“lump”), Proto-Germanic *klūtaz (“clod, lump”), *kultaz (“lump, bundle”), etc.[1]
Alternatively, directly from Low German (compare North Frisian klönne (“clumsy fellow, klutz”), Dutch kluns (“clumsy fellow, klutz”), Dutch kloen (“uncouth person, lout”)), themselves from the same ultimate source as above.
Unlikely from Latin colōnus (“colonist, farmer”), although learned awareness of this term may have influenced semantic development.
In de woordenboeken wordt klunen als neologisme uit 1941 opgevoerd. Maar mogelijk is klunen in de betekenis van 'rondsjokken' veel ouder:
- De heer E.J.H. Scolten schreef ons in 1961, dat in Twente de dik bewortelde zoden van zeer ondiepe terreindepressies werden uitgegraven en in 'kluunbedden' door mensen of paarden werden stukgetrapt. Een oud boerengeloof zou zijn, dat jonge paarden daartoe beter geschikt waren dan oude paarden, omdat de laatste zo slim waren in de cirkelgang door de dikke modder hun stappen terug te vinden. De schepkuilen vulden zich achteraf met water en werden 'kluunvennen' genoemd.
bron: Westhoff, V et al. (1973). Wilde Planten deel 3. Vereniging Natuurmonumenten. pag. 132.
- Volgens de heer E.J.H. SCHOLTEN (in litt.) werd voor het maken van "kluun" (baggerturf) nog haast geen moer uitgegraven.
(bron??)
Als toponym:
- Een oostelijk woord voor turf is kluin; vandaar 't Kluunvenne, een heide bij Hengelo (O.) 132), en drents Kluinveenlanden (Odoorn) en Kloenveen (Drouwen). (Veldnamen in Nederland, p. 86)
- Op een oude topografische kaart van 1881 staat het terrein als „vochtige heide" aangegeven met de toen reeds grotendeels ontboste heuvelrand. Op een kaart van 1937, die overeenkomt met een luchtfoto van 1934, is in de noordwesthoek van de heide een dz 100 m lang en 25 m breed, kennelijk uitgegraven plasje te zien. Volgens de eigenaar van het terrein is dit plasje door „kluunen" ontstaan. Dit geschiedde als volgt: met de schop werd de op een lage plek van dit terrein aanwezige zwarte, slappe modder (die men thans aan de zuidzijde van het tegenwoordige ven nog kan aantreffen) tot op de minerale ondergrond uitgeschept en overgebracht in een in de nabijheid gegraven kuil van 5 a 6 m doorsnede en 70—80 cm diepte. Tijdens het vullen van de kuil met modder werd er laagsgewijze struikheide ingeworpen. Na de brei 8—14 dagen tijd gegeven te hebben om wat in te drogen, liet men er een paard in rondstappen, waardoor het mengsel van modder en hei werd gekneed. Daarna rukte het vrouwvolk aan met kleine bakjes, welke met het stijve papje werden gevuld. Na het drogen werden dan „zwarte turven", „kluun" genoemd, uit de vormen te voorschijn gehaald. Men vindt de term „kluun" terug in „Kluunven". een vennetje bij Beckum in de gemeente Hengelo (O.).
bron: Van der Voo, E.E. & Leentvaar, P. (1959). Het Teeselinkven. De Levende Natuur 62[5-6] pp 128-136)
Is de oorsprongelijke betekenis van klunen 'rondbaggeren naar turf'?
"-Turf, Ensch. afgestokene lange turf in tegenoverstelling van gebaggerde turf [kluun], en dit zeer te regt; want turf is zode. Zie 't Eng. turf. Halbertsma, J.H. (1836). Woordenboekje van 't Overijsselsch. J. de Lange. Pag. 54
Google fragmentweergave:
- Gevonden in het boek – Pagina 113: ... kluun en kloen , nog steeds in de Nedersaks . gebieden , niet alleen binnen onze landsgrenzen , maar ook in de naburige streken van Duitsland b.v. in Oldenburg als klüün . ' t Fries heeft ' t in de vorm klyn ( = veengrond , laagveen ) ... Driemaandelijkse bladen - Volumes 7-10 - Pagina 113
- KLUUN, v. (klunen), (gew.) 1. kluwen; — 2. rechtop te veld staande natte turf.
Van Dale, 1950
- Daar moeten we alweer een eind over de weg klunen. Behulpzame mensen steunen een handje. Het loopt moeilijk op de hoge Noren, maar ik win weer een beetje terrein.
Maaskant, P. & Berg, Jeen van den (1956). Elfstedentocht, 1890-1956. Oisterwijk.
- Het woord kluun, turf, die niet betreden wordt, is, gelijk de S. wel opmerkt, zoo veel als kloen, en heeft zijnen naam van zijne gedaante, die rond is. Bij cats leest men (Berlijcke Vrijagie): Tot onse Tryn , dat ronde kloen. Ook werd vroeger een soort van bier in Groningerland, kluyn of kloen genoemd. Schoockies beschrijft het in zijn liber de cerevisia
Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1844 - p. 899
- KLUUN, (kluin, kleun, kloen) z. n., yr. en onz., Oer kluun - des kluuns, of van de - het kluun; zonder meerv. Het woord, vrouwl. genomen, is zekere gebaggerde turf, in Geld.; — onzijd. is het eene foort van lekker bier, in Groningen.
Weiland, P. (1799). Nederduitsch taalkundig woordenboek. P. 533