jij-bak
jij-bak (jijbak, ww. jijbakken; tu quoque): op kritiek antwoorden met "kijk naar jezelf".
De prikkelendste vorm van discussie is zeker, als men den tegenstander zijn eigen argumenten terugkaatst. Een jij-bak heet dat in de taal onzer scholieren. [Soerabaijasch handelsblad, 01-11-1938, kop: Duitsch-Engelsche discussie]
Jammer genoeg had hij de onnoozele gewoonte, daar altijd met een jijbak op te antwoorden [Het vaderland, 06-04-1934, kop: Fabels van Meester Pennewip]
Ik noem mijn geschrift een "jijbak" om je te toonen, hoezeer ik je recht-van-eerste erken en tevens om je te laten zien, dat wij, moderne leeraren, de kernachtige taal der jeugd weten te waardeeren! [Nieuwe Rotterdamsche Courant, 08-08-1929, kop: Herinneringen aan een mondain scholier door dr. L. E. E. RAAR]
Van jij (vnw) en bak, misschien in de betekenis "grap"?
--aeb