lever
lever zn. ‘grootste lichaamsklier (hepar)’
Het is ook mogelijk dat pgm. *librō is afgeleid van *libēn- ‘leven’, overigens van dezelfde wortel als *līban- (nnl. blijven). Een parallel is dan pie. *i̯ekw-r/n- ‘lever’, dat kan horen bij een wortel *i̯ekw- ‘leven’, waarvoor zie nnl. jagen.
[O.E.C. van Renswoude]