manneke
'manneke', 'mannekin', of 'mannekijn'
Wordt vaak (ook op Nicoline van der Sijs' Etymologiebank[1]) omschreven in een vroeg Vlaamse betekenis als mannetje, of beeldje van een mensfiguur, maar later (?) ook, via het Franse mannequin, als paspop, ledenpop, en levend kledingmodel.
Bijzonder daarbij is dat het als leenwoord in het Frans 'mannequin' werd, en pas (?) in de voortlevende internationale betekenis daarvan, dus als paspop, ledenpop, en levend kledingmodel, weer als leenwoord in het Nederlands terecht kwam. Een leenwoord wat in gebruikstoepassing aangepast dus als leenwoord teruggenomen werd door het oorspronkelijke Nederlands. Dus kreeg manneke, mannekin, of mannekijn ook toen pas deze nieuwe betekenisvarianten?
Ik zie daar enig tegenstrijdigs. Op Nicoline van der Sijs' Etymologiebank en bij anderen lijkt er, zoals ook elders, oorspronkelijk slechts de betekenis te zijn van mannetje of beeldje van een mensfiguur. Zal de betekenis als ledenpop, bijvoorbeeld om te kleden, maar anders ook als pop voor gebruik bij allerhande instructie, of om te tekenen, beeldhouwen, e.d. niet ook al bij manneke, mannekin, of mannekijn bestaan hebben? Het lijkt mij voor de hand te liggen dat dergelijke ledenpoppen ook eertijds al bestonden en zo genoemd werden.
Er zijn terzijde ook nog kapers op de kust die de oorsprong van ons manneke, mannekin, en mannekijn in het Duits zoeken en daarmee zelfs het oud-Duits, en in het bijzonder in Zuid-Duitse dialect. Daarbij wordt verwezen naar het volgens deze bronnen oud-Duitse 'mannekin'.
Bijvoorbeeld in Frank E. Baum's Wizard of Oz komt het volk van de Munchkins[2] voor. Een dwergenvolk waarvan Baum de oorsprong van deze benaming nooit heeft opgehelderd. Munchkins leven sinds de Wizard of Oz in de Engelse taal voort als benaming voor kleine mensen. Op Wikipedia wordt deze naam toegewezen aan het volgens de beschrijving Duitse 'Männchen', maar ook variant 'mannikin' als een oorspronkelijk Zuid-Duits dialect. Het Munchkin zou dan een samenvoeging van de Männchen en mannikin zijn en verwijzen naar de kleine monnik in het stadsembleem van München. Dit figuurtje is echter pas in de loop der tijd om mij onbekende redenen steeds kleiner van gestalte geworden en kan dus nooit de oorsprong van manneke, mannekin, of mannekijn zijn, maar wel de oorsprong van Baum's Munckins.
Rest ons dus de schone taak de oud-Duitse claim, ook als variant in dialect, te ontkrachten dat manneke, mannekin, mannekijn, maar ook het latere mannequin, en deels Munchkin wat in het Engels voortleeft, hun oorsprong vinden buiten het oud-Nederlands. Dat geldt dan slechts deels voor Munchkins met haar dan niet zo oude Duitse oorsprong voor het 'Munch'-gedeelte van het woord.