oei

Uit Etymologiewiki
Ga naar: navigatie, zoeken

oei tw. uitroep van pijn of schrik Mnl. oy uitroep van verrassing, smachtend verlangen en medelijden in de Limburgse Sermoenen (ca. 1300): Oy verdumde mensche, wes di selver genedech ‘Ach verdoemde mens, wees genadig voor jezelf’. Nnl. oey! (1623, Huygens), oei! (1640, Tengnagel). Verwante vormen: Oudhoogduits oi ‘o!’, Mhd. oi, Nhd. oi! en ui!

De uitroep oei kan klankwettig op Middelnederlands *ōi teruggaan, dat door oy in de Limburgse Sermoenen weergegeven kan zijn – al kan de Mnl. spelling oy op verschillende klankcombinaties slaan. Eventueel kunnen Duits oi en ui ook van PGm. *ōi afstammen. Maar parallelle vormen als Oudgrieks uitroep van smart of verbazing, en Italiaans ohi ‘ach, au’, tonen aan dat de combinatie van oo+j, evenals die van oe+j, op elk moment nieuw kon ontstaan.--Mdevaan 9 aug 2015 13:08 (CEST)