voorzien
Voorzien 1240 VMNW als 'voresien'. Oorspronkelijke betekenis, uit voor + zien: Van tevoren zien, van tevoren weten. Op basis daarvan ook: 'voorbereidingen treffen, zich voorbereiden', waaruit dan weer 'zorgen voor, zorg dragen' wordt afgeleid. Alle drie betekenissen zijn reeds in de 13e eeuw aangetroffen. Waarschijnlijk in de diverse betekenissen ontstaan als leenvertaling(en) van Latijn providere, zie provisio.
Afleiding voorziening 'maatregel, vooruitziendheid, voorzienigheid' ook reeds 1240 VMNW. Ook hier lijkt rechtstreekse beïnvloeding vanuit Latijn provisio waarschijnlijk.
--AE